Contactpersoon Peter Kanne, onderzoeker TNS NIPO - tel. 020-5225924
Een politieke peiling laat zien hoe de partijen ervoor staan, in welke volgorde de partijen grofweg kunnen eindigen.
Gemeten kan worden in de peiling:
bekendheid met aanstaande gemeenteraadsverkiezingen
opkomstintentie
redenen om niet te gaan stemmen
partijvoorkeur
belangrijkste onderwerpen in de lokale verkiezingsstrijd
achtergrondkenmerken (leeftijd, sekse, opleiding, e.d.)
Door de resultaten van de peiling te publiceren, wordt de aandacht op de aanstaande verkiezingen gevestigd (awareness: ‘oh, bijna verkiezingen, wanneer precies?’), het maakt kiezers nieuwsgierig (interest: ‘wie doen er allemaal mee, wat willen ze, hoe hebben ze het gedaan, hoe staan ze ervoor?), het prikkelt de eigen behoefte (desire: ‘vind ik dit belangrijk?, wat levert het mij op?, welke partij past bij mij?, moet ik me er nog meer in verdiepen?).
En tot slot, de cruciale beslissing: ‘ga ik wel of niet stemmen?’ en zo ja, ‘op welke partij?’ (action).
Maar peilingen beïnvloeden het kiesgedrag!?
Gemeenten zijn vaak terughoudend in het zelf organiseren van peilingen. Immers: het kan het stemgedrag beïnvloeden, het kan de ene partij boven de andere bevoordelen en dat is niet de taak van de gemeente. Zo wordt geredeneerd. Maar is het zo dat peilingen kiezers beïnvloeden?
Uit onderzoek naar kiezersgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen blijkt dat zo’n 90% van de kiezers kennis neemt van de peilingen. Volgens politieke onderzoekers (o.a. Joop van Holsteyn, hoogleraar kiezersonderzoek aan de Universiteit van Leiden) laat echter maar een klein deel van de kiezers zich door de peilingen leiden. Er is het bandwagon effect: kiezers stemmen dan op partijen die het goed doen in de peilingen. Maar ook het underdog effect bestaat: kiezers stemmen dan juist op de verliezende partij. Dit laatste effect is kleiner dan het bandwagon effect, maar beide effecten komen volgens onderzoek niet boven de 5% uit en heffen elkaar gedeeltelijk op.
Een ander effect is het strategische stemgedrag, mede op basis van peilingen. De kiezer bekijkt hoe de verhoudingen liggen en stemt zijn keuze af op de coalities die mogelijk zijn. Uit eigen onderzoek van TNS NIPO uit 2006 blijkt dat dit voor zo’n 6% van de kiezers meespeelt.
De vraag voor al deze effecten is: hoe erg is het dat de kiezer de peilingen op deze manier gebruikt? Is het geen onderdeel van het democratisch proces dat kiezers informatie gebruiken om een eigen afwegingen te kunnen maken?
TNS NIPO voert continu politieke peilingen uit, zowel landelijk als voor andere verkiezingen.
Voorbeeld Rotterdam
In 2006 werden door TNS NIPO, in opdracht van de gemeente Rotterdam, drie peilingen uitgevoerd voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen. Uit de eerste peiling kwam de PvdA als grootste partij naar voren en niet Leefbaar Rotterdam, wat velen verwachtten. Het veroorzaakte veel discussie en een levendige campagne. Dankzij het goed betrekken van allochtonen in de peiling kon TNS NIPO een accurate voorspelling doen.
Uiteindelijk was de opkomst in Rotterdam in 2006 58%. Dit was hoger dan de opkomst in 2002 (55%), die toen dankzij Pim Fortuyn al duidelijk hoger was geweest dan in 1998 (49%).
